Rookmelders Kleine blusmiddelen

Tips voor thuis

Rookmelders
 

Wat is een rookmelder?

Een rookmelder is een apparaat dat reageert op de rookverschijnselen van een brand. Het heeft twee functies, namelijk het signaleren van een brand en het waarschuwen van bewoners door het afgeven van een alarmsignaal. Rookmelders kunnen ook in verbinding staan met een meldcentrale waardoor beveiliging of brandweer automatisch wordt gewaarschuwd. Bij sommige rookmelders is het mogelijk deze aan elkaar te koppelen zodat alle rookmelders een alarmsignaal afgeven als één van de rookmelders een brand detecteert. 

 

Waarom rookmelders?

Onderzoek toont aan dat bewoners in geval van brand meer kans hebben om aan de rook en het vuur te ontsnappen indien er rookmelders geïnstalleerd zijn. De rookmelder waarschuwt u, bijvoorbeeld als u slaapt, dat er rookontwikkeling is. Des te sneller u een brand ontdekt, des te meer tijd en kans u heeft om uw woning veilig te verlaten. In het ergste geval heeft u niet eens 5 minuten om het pand veilig te verlaten. Een kleine brand in een kamer kan binnen 40sec. uitlopen op een allesverslindende vlammenzee. Zie dit filmpje.

 

Hoe werken rookmelders?

Er bestaan meerdere soorten rookmelders, de twee meest toegepaste rookmelders zijn: ionisatierookmelders en optische rookmelders met ieder een verschillende werking. 

 

Ionisatierookmelders
Ionisatierookmelders zijn het goedkoopste en worden het meest verkocht. Deze rookmelder bevat een radioactieve bron die geladen deeltjes uitzendt. Die deeltjes worden opgevangen op een elektrode, zodat tussen de twee elektroden een stroompje loopt. Bij rook neemt de stroom tussen de elektroden af, omdat een deel van de geladen deeltjes door de rook geabsorbeerd of verstrooid wordt. Bij normaal gebruik is er vrijwel geen gevaar voor de volksgezondheid. De radioactieve stof in de ionisatierookmelder wordt beschermd tegen aanraking en tegen verspreiding.  

 

Optische rookmelders
In de optische rookmelder wordt een lichtbundeltje uitgezonden en door een lichtgevoelige cel opgevangen. Als zich rook in het lichtbundeltje bevindt, zal het licht deels verstrooid of geabsorbeerd worden. De rookmelder detecteert dit en geeft een alarm af. 
 

Een ionisatiemelder zal bij een direct uitslaande brand eerder alarm geven. Het merendeel van de branden, vooral in woningen, ontstaan echter vanuit een smeulende brand die zich vervolgens tot een grote open brand kan ontwikkelen. Een optische rookmelder zal een beginnende smeulbrand eerder detecteren dan een ionisatiemelder en dus eerder alarm geven.

 

Waar plaats ik rookmelders?

Rookmelders moeten aan het plafond hangen en het liefst in het midden van een ruimte maar in ieder geval minstens een halve meter van de wand af. Op iedere verdieping moet minstens één rookmelder hangen. Plaats een rookmelder op de gang aan het plafond waar de meeste deuren van slaapkamers uitkomen.

Rookmelders moeten niet worden aangebracht op plaatsen: 

  • Daar waar sterke luchtstroming plaats vindt, zoals in de directe nabijheid van een rooster voor ventilatie/luchtverwarming

  • Daar waar het veel warmer is dan de rest van de ruimte, zoals boven een radiator of een ander verwarmingstoestel.

  • Daar waar waterdampen of dampen van bakken en braden kunnen hangen, zoals dichtbij de deur van een douche/badkamer of keuken.

 

Onderhoud en testen van rookmelders.

  • Hang de rookmelders direct op zodra u ze heeft gekocht!

  • Test uw rookmelders iedere maand. 

  • Vervang elk jaar de batterij.

  • Reinig het toestel minstens eenmaal per jaar door het grondig af te stoffen.

  • Haal de batterij er nooit uit, behalve om hem te vervangen.

  • Schilder de rookmelder niet! Er zijn rookmelders te verkrijgen in verschillende kleuren en zelfs met een metallic-look of tijgerprint. 

 

Hoe te handelen als het alarm afgaat?

  • Breng eerst uw medebewoners naar een plaats van waaruit vluchten mogelijk is.
  • Evacueer snel iedereen volgens een van tevoren uitgedachte vluchtroute
  • Ga dan op onderzoek uit.
  • Sluit de deur van de ruimte waar de brand woedt.
  • Open geen gesloten deuren die warm aanvoelen.
  • Vermijd inademen van rook; houd een doek voor mond en neus.
  • Houd ramen en deuren zoveel mogelijk gesloten en sluit ze achter u.
  • Bel de brandweer (1-1-2) vanuit een veilige situatie (mobiele telefoon, buren, telefooncel).